Preek van de week

Zondag 10 februari 2019. 5e zondag door het jaar C

“De hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen”. Dat was Petrus en zijn metgezellen overkomen en zoiets maakt je moedeloos. Dan geef je het op. Dan ga je naar huis met een niet al te best humeur. Mensen worden dikwijls moedeloos en niet alleen vissers die maar niets vangen. “We hebben van alles geprobeerd, maar niets hielp. ” Hoe vaak hoor je dat niet. Iemand die ziek is en van de ene dokter naar de ander gaat, zonder de gehoopte resultaten, die het ene medicijn na het andere voorgeschreven krijgt zonder verbetering, of die te horen krijgt: hier moet je maar mee leren leven. Dat is om moedeloos van te worden. “We hebben van alles geprobeerd, maar het haalde niets uit.” Ouders die alles doen om een kind op het goede spoor te houden: de zachte aanpak, de harde aanpak, praten, straffen, huilen, vloeken, maar niets helpt en steeds weer ontspoort hij. Dat is om verschrikkelijk moedeloos van te worden.

Of wat te denken van die man die zijn baan verloor door het sluiten van het bedrijf waar hij al dertig jaar gewerkt had. Die alsmaar sollicitatiebrieven schreef, gemiddeld wel drie in de week. Maar als er al antwoord kwam, was dat negatief: het spijt ons: de vacature is al ingevuld. Keer op keer afgewezen worden. Daar kan zo iemand ook heel moedeloos onder worden. Maar het zijn niet alleen persoonlijke problemen op welk terrein ook die ons moedeloos kunnen maken. Ook wereldproblemen of maatschappelijke problemen kunnen ons een moedeloos gevoel geven: wat je ook doet het haalt toch niets uit. Er wordt van alles geprobeerd, maar je ziet geen echte resultaten. Echte, duurzame vrede in het land waar Jezus geleefd heeft, of in Syrië of Jemen: ondanks alle inspanningen lijkt het maar niet echt te lukken.

Is het vreemd als mensen de hoop op een goede oplossing verliezen…..? Criminaliteit komt voor in allerlei vormen in onze samenleving en het wordt ervaren als een enorme bedreiging. Er wordt van alles aan gedaan om het een halt toe te roepen, maar het lijkt vechten tegen de bierkaai. Is het vreemd dat mensen de moed verliezen en zeggen: het haalt toch niets uit. Is het gek dat mensen dan zeggen: ze bekijken het maar, ik hou me alleen met eigen zaken bezig. “De hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar omdat u het zegt dat ik nog eens de netten uitgooien,” zegt Petrus in het evangelie en hij voegt de daad bij het woord. Moedeloos en het toch opnieuw proberen, omdat een ander het vraagt. Geen vertrouwen meer hebben en toch blijven hopen, omdat je gelooft in het woord van een ander. Niets meer verwachten en toch het niet opgeven, omdat een ander een beroep op je doet. Maar ja….wie is zo gek?

Want als je het ondanks alles toch blijft proberen wordt je door de omgeving vaak voor gek versleten. Natuurlijk: er zijn situaties waarin er echt niets meer te verwachten valt en dan is hopen tegen beter weten in niet erg zinvol. Er zijn problemen die echt onoplosbaar blijken te zijn. Maar als het gaat om negatieve zaken in de wereld, in de samenleving in welke vorm ook, dan worden we als gelovigen steeds weer uitgedaagd, om toch door te gaan en het toch weer te proberen. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. We zullen het alleen kunnen als we geloven in het woord van Jezus, zoals Petrus en zijn vrienden en die dan toch nog maar eens de netten uitgooiden, omdat Hij het vroeg. En zo werden ze vissers van mensen, redders van mensen die dreigen te verdrinken in het kwaad van de wereld.

Vissers van mensen zijn, dat kunnen wij ook zijn, ieder op onze eigen manier. Ook wij worden uitgedaagd om toch door te gaan, om niet de moed op te geven. Om onze netten eens aan de andere kant van de boot uit te gooien. Om het weer op een andere manier te proberen en af te stappen van wat we altijd gedaan hebben. En er niet bang voor zijn. Wij worden steeds geroepen om toch weer in beweging komen, in beweging te blijven, samen met elkaar. Alleen kunt je niets, maar samen met elkaar kunnen we toch iets goeds teweegbrengen. We kunnen elkaar helpen om het net te vullen en we mogen daarbij, net als Petrus en zijn vrienden, de hulp inroepen van degenen die in de andere boot zitten, zodat het net niet scheurt.

Een wonderbare visvangst zoals Petrus en zijn vrienden overkwam, dat mogen we niet verwachten, maar ook hier geldt het gezegde: alle beetjes helpen.