Preek van de week

Zondag 12 februari 2020.  De doop van de Heer.

Dopen is zo iets moois! In onze geloofsgemeenschap krijgen we er helaas niet veel de gelegenheid voor. In heb de eer en het genoegen gehad om 2 van mijn 4 kleindochters te mogen dopen en dat was heel speciaal. Ik denk niet dat er veel pastors of pastoors zijn die mij dat na kunnen doen. Het was heel bijzonder. De kleindochters waren al een paar maanden oud, toen ze gedoopt werden, want de ouders hadden er eerst serieus over nagedacht. Onze andere dochter en haar man zijn van oordeel dat hun kinderen later zelf mogen kiezen. Ja, dat kan natuurlijk ook en in dit geval krijgen die kinderen nog het e.e.a mee van de ouders en van mij en de andere grootouders, maar in gevallen waar dat niet zo is valt er later weinig te kiezen denk ik, want waarvoor moet je kiezen als je niet weet wat het inhoudt. Maar goed er wordt in dit geval wel serieus over nagedacht.

Toen ik zelf geboren werd ben ik meteen dezelfde dag nog naar de kerk gebracht om gedoopt te worden. Er werd niets eens over getwijfeld. Het was vanzelfsprekend, want er zou eens wat met mij gebeuren ……dan kwam ik niet in de hemel als ik dood zou gaan. De erfzonde moest afgewassen worden. Door het doopwater werd ik herboren, tot een kindje van God, en hoorde ik helemaal bij de grote christelijke gemeenschap.

Die erfzonde zijn we gelukkig tegenwoordig vergeten en mocht er toch iets mis gaan dan worden de kindjes niet meer op een verlaten plekje op het kerkhof weggestopt. Het tweede aspect is natuurlijk nog wel steeds heel belangrijk: door het doopsel hoort een kind erbij; wordt het opgenomen in de gemeenschap van mensen die geloven in God, die geloven in Jezus Christus. In de katholieke traditie of in een andere christelijke traditie.

Als volwassenen zich laten dopen, is dat natuurlijk nog veel duidelijker: die zeggen daarmee heel duidelijk: ik wil er bij horen, bij die gemeenschap van Jezus, bij die mensen die in Hem geloven.

In het evangelie van vandaag hoorden we dat Jezus zich liet dopen. Dan kun je je afvragen: wat betekent dat? Waar wilde hij eigenlijk bij horen? Je kunt niet zeggen: door zijn doop werd Jezus katholiek, of algemener: christelijk. Er was toen nog geen christelijke of katholieke gemeenschap, die zijn er pas gekomen na Jezus’ dood. Je kunt ook niet zeggen dat Jezus door zijn doopsel een jood werd. Dat was hij al en joden kenden niet de doop als opnameritueel. Je kunt ook niet zeggen dat door het doopsel door Johannes de erfzonde van Jezus werden afgewassen.

Daar had ook nog nooit iemand van gehoord. Wat dan wel?

Johannes de Doper riep mensen op om hun leven te veranderen, te beteren, misschien kunnen we het bekeren noemen en  hij vroeg hen om hun voornemen daartoe concreet te maken, te symboliseren door kopje onder te gaan in het water en een nieuw begin te maken door weer uit het water omhoog te stijgen. Dat is namelijk dopen.

En als Jezus zich laat dopen, dan zegt hij daarmee: ik wil bij die gewone onvolmaakte mensen horen, ik ben een mens als ieder ander. Dat is de ene helft. Door die doop zegt hij ook: ik wil bij die mensen horen die bekering zoeken, verandering, verbetering. Samen met jullie wil ik een nieuw begin maken. En dat is ook precies wat hij in de volgende jaren heeft waar gemaakt. Hij stond midden tussen de gewone mensen. Hij kon heel goed aanvoelen wat bij hen leefde en hij kon ze aanspreken in een taal die ze verstonden.

Hij verzamelde een groepje mensen om zich heen en zei tegen hen: Kom en volg mij, ik maak mensenvissers van jullie.  Dat was ook een vorm van een nieuw begin maken. Hij gaf allerlei mensen die mogelijkheid. Tegen zondaars zei hij: ga en zondig niet meer, tegen lammen en verlamden: sta op en wandel, tegen zieken: wordt beter en leef weer. Maak een nieuw begin.Dat is de Jezus die uit de evangelieverhalen naar voren komt en tot die Jezus zijn wij allemaal gedoopt . Die Jezus wil zichtbaar en tastbaar voortleven in een gemeenschap van mensen die zijn weg willen gaan.

Door ons doopsel en laten we daar vandaag ook nog eens aan terug denken, horen wij bij deze gemeenschap en misschien kunnen we dit zien als een soort van solidariteitsverklaring met die zelfde Jezus.

Een intentieverklaring om zijn boodschap waar te maken in ons leven.

Wij mogen het als onze opdracht zien om waar nodig en waar mogelijk anderen te helpen een nieuw begin te maken en steeds de vraag stellen: wat kan ik hier doen om te helpen, direct of indirect. Dat is zeker geen eenvoudige opdracht, vind ik niet tenminste, zeker niet als het gaat om mensen met wie we wat minder hebben, maar we kunnen het in ieder geval proberen en dan kunnen we heel vaak veel meer dan we denken. Dan gaat het slotwoord van het evangelie ook voor ons op: Jij bent mijn geliefde  zoon, mijn geliefde dochter, in wie ik welbehagen heb.

Amen.