Preek van de week

Zondag 17 juni 2018

Vaclav Havel was na de omwenteling de eerste president van het “nieuwe” Tsjechoslowakije. Voor die tijd was hij een bekend schrijver, die het toenmalige regime voortdurend bekritiseerde, en daarom geregeld in de gevangenis belandde. Toen hij een paar jaar na de omwenteling werd geïnterviewd, zei hij dat het hem tegenviel dat het zo lang duurde voor hij resultaat zag van de hervormingen die hij voorstond.

De werkelijkheid bleek dus weerbarstiger dan hij had gedacht, en de oude structuren vervangen bleek veel moeizamer te gaan dan hij hoopte. “We hebben te weinig geduld”, zei hij. “We zouden eerder resultaten willen zien”.

Hierin lijken we allemaal op elkaar, denk ik. We kunnen maar moeilijk wachten. We leven – om het in woorden van Toon Hermans te zeggen – in de tijd van Vrouw holle. Eten kun je kant-en-klaar kopen; het hoeft maar even in de magnetron. We hebben instant-koffie en instant-soep, en als ik hier een foto maak, dan kan die, bij wijze van spreken, binnen tien tellen bij een lid van onze gemeenschap zijn die nu vakantie viert in Azie of Amerika. De kwaliteit van veel van instant of kant-en-klaar producten wordt er niet beter op, maar we hoeven tenminste niet te wachten. Geduld is een schone zaak, maar we hebben het te weinig. Dat gebrek aan geduld en onze behoefte aan snel resultaat, zien we ook onder ons, gelovigen. Dat was in de dagen van Jezus al, en het is nog zo.

Toen het rijk Gods dat Jezus beloofde, een nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid voor iedereen, toen die betere samenleving maar uitbleef, en het er na de dood eerder slechter dan beter op werd voor zijn volgelingen, vertelde Marcus aan zijn parochianen het verhaal dat hij indertijd van Jezus hoorde: over een boer die na het zaaien rustig ging slapen. En intussen –  leerde Jezus hun – ontkiemde het zaad!

In de parabel vraagt Jezus de mensen toen en ons nu twee dingen. Ten eerste: zaai het goede. En als je dat gedaan hebt, en dat is twee: bewaar dan je geduld, en heb vertrouwen. Want we hebben veel in de hand. Grond kun je omploegen. Goed zaad kun je kopen. Je kunt de grond extra bemesten en zo nodig beregenen. Maar wat je niet in de hand hebt, is de groei. Jezus zegt: “Terwijl de boer slaapt, ontkiemt het zaad, en hij weet niet hoe”.

Als ouders het goede zaad zaaien in de harten van hun kinderen, maar het komt niet vlug genoeg op, en het draagt geen vrucht zodra en zoals zij dat willen, mogen ze bedenken dat wat je aan goeds hebt meegegeven, vroeg of laat zal ontkiemen. Als ze hun best deden, mogen ze rustig slapen.

De goede paus Johannes XXIII, de paus van het concilie in de jaren zestig, die de kerk bij de tijd wilde brengen, en dienstbaar wilde maken aan de komst van het rijk Gods, die paus zag – net als Havel in Tsjechoslowakije – dat de oude structuren in de kerk taaier waren dan hij dacht. Ook de huidige paus Franciscus loopt daar tegenaan. Van Johannes XXIII wordt verteld dat hij na een moeizame en vruchteloze dag ’s avonds wel eens bad: ”Lieve Heer, ik ga slapen. Let u zelf even op de winkel van het geloof? Het is tenslotte uw kerk”. Hij sliep dan heel rustig, want hij wist als boerenzoon maar al te goed: we kunnen alleen maar zaaien; de groei en het tempo hebben wij niet in de hand. Dat het zo mag zijn.