Preek van de week

Regels en wetten daar gaat het vandaag over. Niemand vindt ze leuk maar een goede samenleving heeft wetten, regels en voorschriften nodig. We kunnen niet zonder. Anders wordt het een chaos.

Het is goed dat we ooit afgesproken hebben met elkaar om te stoppen voor een rood stoplicht en door te rijden als het groen wordt, anders wordt het een zooitje op de weg. Nou is dit een heel eenvoudig en gemakkelijk voorbeeld, maar het probleem is dat wetten en regels nooit volmaakt zijn/kunnen zijn. Ik weet niet zo heel veel van voetbal maar ik weet wel dat het bij voetbal niet voldoende is om je alleen aan de spelregels te houden: er moet ook gevoetbald worden! Met het uitdelen van veel rode en gele kaarten in een wedstrijd wordt het spel er vaak niet beter op. Dat geldt ook voor het spel van ons leven. Regels en wetten onderhouden: dat is het minimum.

Het zijn altijd formules en die zijn van zichzelf star, algemeen, maar ze kunnen soms helemaal los van de werkelijkheid komen staan. Net zoals onlangs bij de belastingdienst, met de toeslag Kinderopvang. Je zal er maar mee te maken hebben gehad.

Of onze samenleving ook beter en gelukkiger wordt van al die wetten is de vraag. Het is met de wet als met een net, een visnet,  hoorde ik laatst een bekende advocaat op TV zeggen. Hoe fijner het net, des te meer gaten en des te meer kans om door de mazen van het net heen te kruipen.

Mensen hebben altijd al de neiging gehad om naar de mazen in de wet te zoeken, om sluipwegen te zoeken om de wet te ontduiken, uitzonderingen op de regel te bedenken. Die mentaliteit is op zich niets nieuws, niets bijzonders. Wetten en regels ontduiken, stiekem, als niemand het ziet, als je maar niet betrapt wordt, dat is altijd al gebeurd.

En dan moeten er weer nieuwe regels komen om dat te voorkomen. En zo ontstaan er dan regels om de regels te onderhouden….

In het evangelie van vandaag zitten we midden in de Bergrede, de regeringsverklaring van Jezus, zeg maar. Hier grijpt Hij terug op de eigenlijke betekenis van de 10 geboden. De farizeeën verlegden de wet, breidden de regels uit en maakten het de mensen steeds moeilijker. De ijver voor de wet was bij de meesten omgeslagen of doorgeslagen in fanatisme. Daarom ligt Jezus ook vaak met ze in de clinch. Jezus vraagt ons niet om God te zijn, maar om wérkelijk mens te zijn. 

Hij breidt de wet ook uit horen we vandaag, maakt het de mensen ook moeilijker maar dan op een andere manier. Hij wat maakt het allemaal wat ruimer. De wet zegt: ‘Gij zult niet doden’. Prima, zegt Jezus, maar er is meer tussen hemel en aarde. Want je kunt mensen op verschillende manieren om het leven brengen. Niet enkel door vergif, een mes of door een geweer. Je kunt mensen ook doodzwijgen, dood kijken, negeren, als lucht beschouwen, doen alsof ze eenvoudigweg niet bestaan. Dat en nog veel meer is ook dodelijk.

Niet echtbreken betekent bij Hem: trouw zijn aan elkaar, niet voor het oog van het kerkvolk, maar met heel je hart, ziel en zaligheid erbij, zuinig zijn op elkaars geluk.

Niet stelen betekent misschien ook wel: bereid zijn om te delen. Niets is helemaal van ons alleen, zolang anderen niet te eten hebben. Ons brood is ook hun brood. En al het brood dat wij weggooien is eigenlijk gestolen uit de mond van wie niet te eten hebben. 

Dát is de levenshouding die Jezus van ons vraagt: een houding van binnenuit, een mentaliteit waarin de liefde voor de ander de boventoon voert, en niet de dode letter van een wet. Dan kunnen we samen een geordende, maar ook een goede en gelukkige samenleving opbouwen.

Wie zoals de farizeeën de wet stipt naleven om God te dienen, om te kunnen zeggen: kijk eens hoe keurig ik de wet onderhoudt (en daar misschien wél zelf, maar de ander niks beter van wordt) krijgt vandaag van Jezus te horen dat dát niet de bedoeling is.

Het is niet genoeg zegt hij. Het gaat er niet alleen om dat je geen mens kwáad doet, maar het gaat erom dat je elkaar góed doet.

Niet omwille van de wet, maar vanuit ons hart.

Amen.