Preek van de week

Zondag  7 oktober 2018. 27e zondag door het jaar B

Door God verbonden…..

Het is niet goed dat de mens alleen blijft, ik ga iemand maken die bij hem past , hoorden we zojuist in de eerste lezing. En God, zo vertelt het verhaal, nam daarom een rib uit het lijf van de man en maakte een ander mens. Hij nam een stuk van de man zelf, wél een stuk dat heel dicht bij zijn hart ligt. Een mooi gegeven. Het is een prachtige beeld dat de verteller gebruikt om aan te geven hoe nauw mensen met elkaar verbonden zijn, hoezeer ze elkaar ter harte gaan en moeten gaan.

Er bestaat tegenwoordig in onze samenleving een grote verscheidenheid aan relatievormen. Je kunt gaan samenwonen, een latrelatie hebben, trouwen. Een man kan voor een vrouw kiezen en een vrouw voor een man, maar ook andere relaties zijn denkbaar, een man met een man, een vrouw met een vrouw. Zo zien we dus een grote verscheidenheid in relaties. Het huwelijk is een van die relatievormen.

Bij een huwelijk beloven mensen elkaar trouw, in voor- en tegenspoed.
En als mensen ‘voor de kerk trouwen’ zoals dat genoemd wordt. Sluiten ze een huwelijksverbond en dan wordt gezegd: ‘ wat God bij elkaar brengt, mag een mens niet scheiden.’
Een verbond in liefde heeft altijd iets blijvends. Zo zou het moeten zijn. Dat is Gods bedoeling. Maar we weten allemaal dat de werkelijkheid soms anders is. Echtscheidingen komen vaak voor. 1 op de 3 huwelijken strandt  wordt wel eens beweerd. Het zou eigenlijk niet moeten, maar het gebeurt wel. Waar het gebeurt, waar twee mensen uit elkaar gaan, omdat zij het niet bij elkaar kunnen uithouden, om welke reden dan ook, is altijd een heel verdrietig gebeuren. Op de eerste plaats voor de betrokkenen, en als er kinderen zijn, misschien nog meer voor hen.
Het grijpt altijd heel diep in, doet altijd veel pijn, want niemand zoekt dit, niemand wil dit, maar soms is het de enige uitweg uit een onhoudbare situatie. En dan gaan beide partners weer hun eigen leven leiden.

In onze tijd moet iedereen zijn eigen leven kunnen leiden. Dat is een recht, zegt men, en dat is natuurlijk waar. Maar je eigen leven leiden kent natuurlijk wel enige beperkingen. We leven met elkaar in een land, in een stad of dorp, in een gezin, in een geloofsgemeenschap in een maatschappij, en waar mensen het leven met elkaar delen, moet je ook rekening houden met elkaar, met elkanders rechten maar ook met elkanders wensen, zeker als je samen onder één dak woont.

Een feit is dat echt rekening houden met elkaar steeds moeilijker wordt in onze samenleving. Iedereen wil vasthouden aan zijn eigen levenswijze, zijn eigen leefstijl, en te gemakkelijk wordt vaak gedacht dat de ander zich maar moet aanpassen.

Ons gezin vroeger bij ons thuis bestond uit vader, moeder en 5 kinderen  en we waren klein behuisd. Daardoor leerden  we als kinderen haast automatisch rekening te houden met elkaar. We moesten wel, want we sliepen met meerdere kinderen op één slaapkamer, zelfs met z’n tweeën in één bed, zaten samen aan tafel in een kleine woonkamer  etc. samen speelden we met dezelfde spelletjes en we hadden 1 Tv en we keken allemaal naar dezelfde programma’s. Democratisch werd er gestemd dat wel . Zo leerden we rekening te houden met elkaar en dat je niet altijd je eigen willetje kunt opleggen aan anderen.
Nou is het niet zo dat ik wil pleiten voor weer grote gezinnen,
Dat past niet meer voor pastores in deze tijd.

Gelukkig, zou ik haast zeggen, zijn de gezinnen nu veel kleiner. De meeste kinderen hebben hun eigen slaapkamer, vaak ook hun eigen laptop, hun eigen televisie, hun eigen speelgoed. Dat is een hele materiële rijkdom, maar het maakt het voor de huidige generatie kinderen misschien wel veel moeilijker om te leren dat je op allerlei terreinen rekening moet houden met elkaar.

Dat vraagt verdraagzaamheid en aanpassingsvermogen. Je kunt niet altijd je eigen TV programma bekijken, je eigen programma uitvoeren  of helemaal je eigen weg gaan zonder je iets van anderen aan te trekken.
Tegenwoordig is het heel gewoon dat in een gezin beide ouders werken. Daar is natuurlijk niets op tegen. Beide ouders hebben vaak hun hobby’s waar ze tijd voor inruimen. Daar is zeker niets op tegen. Kinderen zitten op allerlei clubs, daar is ook niets op tegen. Maar het gevaar is wel dat ze geen tijd meer hebben voor elkaar, geen tijd om samen te eten, geen tijd om naar elkaar te luisteren, geen tijd om de dingen van de dag met elkaar te delen. Als ze eens allemaal thuis zijn, zit ieder achter zijn eigen televisie of computer. En als dat regelmaat wordt, als er geen voldoende  tijd meer is voor ‘samen’ , kunnen mensen van elkaar vervreemden, uit elkaar groeien, ongemerkt millimeter bij millimeter weg van elkaar, man en vrouw, ouders en kinderen. En als er dan problemen om de hoek komen kijken, dan kunnen ze elkaar moeilijk of niet meer bereiken.
Tot de kloof zo groot is dat er geen weg meer terug is.

Ook in het evangelie van vandaag gaat het over echtscheiding. In Israël in Jezus’ tijd was het huwelijk tussen man en vrouw de norm, maar ook toen kwamen er scheidingen voor, zij het dat het initiatief hiertoe enkel aan mannen was voorbehouden. In die tijd  was de joodse samenleving een echte mannenmaatschappij, waarin de vrouw echt op de tweede plaats kwam. Ze was letterlijk het bezit van de man. In een groot deel van de Arabische wereld vindt je nog steeds een soortgelijke situaties. In de joodse samenleving mocht een man wel zijn vrouw wegsturen, scheiden dus, met een scheidingsbrief, zoals we in het evangelie hoorden, maar andersom was ondenkbaar. Jezus maakt zijn toehoorders duidelijk dat dat eigenlijk niet kan: volgens Gods bedoelingen is de huwelijksband blijvend. Dat is zeker het ideaal, maar wij mensen zijn maar mensen en het lukt niet altijd. De sleur van het leven, het drukke bestaan, is altijd weer een bedreiging.

Misschien is het belangrijk dat we in de samenleving weer gaan beseffen dat we meer tijd moeten hebben, moeten maken voor elkaar, dat we echt luisteren naar elkaar. Dat het individualisme dat ons tegenwoordig in de greep heeft, te ver kan doorschieten, waardoor het steeds moeilijker wordt om blijvende relaties aan te gaan. Natuurlijk moet iedereen zijn eigen leven kunnen leiden, maar ieder mens die geen rekening kan houden met de wensen van anderen kan ook niet echt zichzelf zijn, zichzelf worden.
Je wordt pas echt mens als je het leven deelt met anderen, als gehuwden, als gezinsleden, als vrienden, als dorpsgenoten.
De ene mens heeft de ander nodig om zijn genegenheid, zijn goedheid, zijn liefde aan te geven. En daarbij gaat het niet om de vraag: wat kan die ander voor mij doen, maar veel meer: wat kan ik voor die ander doen, wat kan ik voor die ander betekenen. Een houding waartoe Jezus ons steeds weer oproept, nI. zorg en aandacht hebben voor de ander, niet uit zelfzucht en egoïsme maar uit eerlijk meeleven en liefde.

Misschien dat, meer dan ooit, de woorden van Jezus ons de weg wijzen hoe we in respectvolle relaties met elkaar kunnen aangaan. Op die weg is er geen plaats voor liefdeloosheid, harteloosheid, wrok en bitterheid. Die kunnen ons alleen maar belemmeren om de verbondenheid, de eenheid te ervaren waartoe we als mensen geroepen zijn.
We zijn niet aan elkaar gegeven om ‘jij’ en ‘ik’ te zijn, maar om allemaal samen, als zijn kinderen, te wandelen in Gods licht.